|

Kim van Kessel (fiscale regelingen)

 

Anja van Kessel (NOW-regeling)

 

Hermien van Laviere (financiële regelingen)

 

 

Je kan je vraag mailen naar omt@vhkt.nl of bellen naar 0344-621222.

Voorwaarden TVL

Om in aanmerking te kunnen komen voor de TVL, gelden de navolgende voorwaarden:

  • Jouw bedrijf heeft maximaal 250 werknemers.
  • Jouw bedrijf heeft meer dan 30% omzet verloren door de coronacrisis.
  • Jouw bedrijf heeft minimaal €4.000 aan vaste lasten. Het gaat om vaste lasten die steeds doorlopen, zoals huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, vaste leasecontracten, afschrijving van apparatuur en abonnementen. Loonkosten en variabele kosten horen hier niet bij. Loonkosten worden gecompenseerd door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW).
  • De SBI-code van jouw bedrijf staat op deze lijst met vastgestelde SBI-codes.
  • Jouw bedrijf is voor 15 maart 2020 opgericht en is ingeschreven in het KVK Handelsregister.
  • Jouw bedrijf heeft een vestiging in Nederland.
  • Minimaal één vestiging van het bedrijf heeft een ander adres dan het privéadres van de eigenaar/eigenaren. Of de vestiging staat los van de privéwoning en heeft een eigen opgang of toegang.
  • Een uitzondering hierop zijn horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30 en ambulante handel.
    Met ambulante handel wordt markthandel, taxivervoer, auto-en motorrijscholen, kermisattracties, etc. bedoeld die op 15 maart 2020 stonden ingeschreven in het handelsregister onder de code 47.81.1, 47.81.9, 47.82, 47.89.1, 47.89.2, 47.89.9, 49.39.1, 49.32, 50.10, 50.30, 85.53 of 93.21.2 van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI).
  • Wanneer een MKB-bedrijf 30% of meer omzet verliest voor zijn geregistreerde nevenactiviteit, wordt alleen het omzetverlies van de nevenactiviteit in de subsidieberekening meegenomen.
  • MKB-ondernemingen die zelf produceren en daarbij een winkel hebben, komen alleen met het omzetverlies van de winkel in aanmerking voor de subsidie.
  • Jouw bedrijf is niet failliet en heeft geen uitstel van betaling aangevraagd bij de rechtbank.
  • Jouw bedrijf is geen overheidsbedrijf.

 

Hoogte van de TVL

De hoogte van de subsidie wordt als volgt berekend:

Subsidie = normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 50%

De TVL compenseert maximaal 50% van de vaste lasten.

 

Normale omzet

De normale omzet is de omzet van 1 juni tot en met 30 september in 2019. Deze periode is de referentieperiode en is gebaseerd op de btw-aangiften. Als je de btw-aangifte per kwartaal doet, dan neem je de omzet van het tweede kwartaal 2019 (april-mei-juni). Je deelt dat bedrag door 3 en telt dit op bij de omzet van het derde kwartaal 2019 (juli–augustus–september).

 

Omzet: alle inkomsten zonder de ontvangen btw, voor aftrek van kosten en vaste lasten.

Aandeel in de vaste lasten

De tegemoetkoming wordt berekend met het totale omzetverlies en een percentage vaste lasten per sector. Het percentage vaste lasten per sector is bepaald met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

 

Rekenvoorbeeld 1:

  • Bedrijf A verdiende in juni t/m september 2019 €600.000 euro van zijn omzet (referentieomzet) en laat dit met zijn btw-aangifte zien;
  • Bedrijf A schat in dat het van juni t/m september 2020, door de coronacrisis, €300.000 (50%) minder omzet heeft;
  • Het deel vaste lasten in deze sector is vastgesteld op 40%. Op basis van de normale omzet is dat €600.000 x 40% = €240.000. Bedrijf A komt in aanmerking voor de TVL, omdat het meer dan €4.000 aan vaste lasten heeft;
  • Maximaal 50% van de vaste lasten wordt vergoed;
  • Berekening: €600.000 x 50% x 40% x 50%= €60.000;
  • Bedrijf A krijgt het maximum bedrag van €50.000 met een voorschot van €40.000 (80%).

 

Rekenvoorbeeld 2:

  • Bedrijf B verdiende in juni t/m september 2019 €20.000 euro van zijn omzet (referentieomzet) en laat dit met zijn btw-aangifte zien;
  • Bedrijf B schat in dat het van juni t/m september 2020, door de coronacrisis, €10.000 (50%) minder omzet heeft;
  • Het deel vaste lasten in deze sector is vastgesteld op 10%. Op basis van de normale omzet is dat €20.000 x 10% = €2.000;
  • Bedrijf B valt daarmee onder de grens van €4.000 aan vaste lasten en komt niet in aanmerking voor de TVL.

 

Wil je weten of en zo ja voor hoeveel je in aanmerking komt. Doe hier de check.

 

Aanvraag TVL

De aanvraag van de TVL moet net als bij de TOGS online worden ingediend via de website van het RVO. Het indienen van een aanvraag is mogelijk tot en met 30 oktober 2020 17.00 uur. De aanvraag kan derhalve ook achteraf worden gedaan, waarbij geen inschatting gemaakt hoeft te worden van het omzetverlies. Er wordt echter dan dus geen voorschot (80%) ontvangen. Vóór 1 april 2021 dient de definitieve vaststelling van de subsidie via het RVO te worden aangevraagd.

 

Let op: in tegenstelling tot de aanvraag van de TOGS kan de TVL niet door een intermediair worden ingediend. Dit betekent dat je zelf een aanvraag moet indienen via het RVO.

 

Voor het aanvragen van de TVL moet je inloggen met eHerkenning (niveau 1 (of hoger)) of DigiD. Wil je met je DigiD inloggen dan moet jij degene zijn, die staat ingeschreven als eigenaar of bestuurder van het bedrijf.

 

Wil je meer weten over deze regeling, neem dan contact op met Hermien van Laviere via h.vanlaviere@vhkt.nl of 0344-621222.

De BOR stelt schenkingen en erfenissen van ondernemingsvermogen tot ongeveer
€ 1.100.000 (voorwaardelijk) vrij van belastingheffing. Boven de € 1,1 miljoen is 83% van het ondernemingsvermogen vrijgesteld. De regeling is bedoeld om met name bedrijven niet in gevaar te brengen bij de overdracht naar een volgende generatie.

Aan het toekennen van de vrijstelling zijn verschillende voorwaarden verbonden.
Om deze faciliteit te kunnen toepassen, moet de overdrager van het ondernemingsvermogen (de schenker) onder meer aan de bezitseis voldoen. Dit houdt in dat de onderneming of het ondernemingsvermogen vooraf aan de schenking minimaal 5 jaar in het bezit van de schenker moet zijn geweest. Onlangs heeft de Hoge Raad over de uitleg van de bezitseis een tweetal voor de praktijk belangrijke uitspraken gedaan.

 

De casus

Een zoon (X) kreeg van zijn vader in 2014 certificaten van aandelen in een bv geschonken. Een jaar voor deze schenking, kocht een bv die ook behoorde tot het concern, alle bezittingen en schulden van een derde. In de tijd van deze aankoop vormden de bezittingen en schulden een zelfstandig bedrijf.

In geschil met de belastingdienst was of de BOR ook kon worden toegepast op dit indirecte aanmerkelijk belang. Volgens Rechtbank Noord Holland vormde deze bv destijds een zelfstandige onderneming en op grond hiervan werd volgens deze rechtbank niet aan de bezitseis voldaan. De zoon is het niet eens met de uitleg van deze rechtbank en legt de casus aan de Hoge Raad voor.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad schiet de zoon te hulp en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
De Hoge Raad oordeelt dat de BOR ook kan worden toegepast op de overgenomen bezittingen en schulden die onderdeel zijn gaan uitmaken van het ondernemingsvermogen die zijn verkregen in de vijf jaar voorafgaande aan de verkrijging door de zoon. Deze procedure liep dus voor de zoon goed af. Hij kon gebruik maken van de BOR.

 

Belangrijk voor de praktijk van de bedrijfsopvolging

In de voorgaande casus kon volgens de Hoge Raad gebruik worden gemaakt van de BOR. De bedrijfsopvolgingsregeling kon volgens de Hoge Raad over het hele ondernemingsvermogen (inclusief bezittingen en schulden die één jaar voor de schenking waren aangekocht) worden toegepast.

Helaas heeft de Hoge Raad in een vergelijkbare situatie onlangs wel anders geoordeeld. In deze casus was geen sprake van een aankoop van bezittingen en schulden tijdens de periode van de bezitseis, maar van de aankoop van twee dochtervennootschappen. Beide bv’s dreven op het moment van de aankoop een zelfstandige onderneming. Alleen in deze casus oordeelde de Hoge Raad echter anders. De Hoge Raad besloot in het nadeel van belastingplichtige. De BOR kon op deze aangekochte bv’s niet worden toegepast.

 

Meer weten?

Wilt u meer weten over de bedrijfsopvolgingsregeling? Neem dan contact op met Steven de Gram, via telefoonnummer: 0344-621 222, of stuur Steven een e-mail: s.degram@vhkt.nl

Hieronder volgen een paar do’s en dont’s met betrekking tot de aangifte omzetbelasting:

Do’s

  • Doe op tijd aangifte.

Voorkom rente en boete bedragen en doe tijdig aangifte. Over januari, februari en maart doe je voor 30 april aangifte, over april, mei en juni doe je voor 31 juli aangifte, over juli, augustus en september doe je voor 31 oktober aangifte en over oktober, november en december voor 31 januari het jaar erop. Doe op tijd aangifte! En als je moet betalen zorg dat het op tijd op de rekening van de Belastingdienst staat.

 

  • Losse bonnetjes gelijk verwerken in financiële administratie.

Voorbelasting op zakelijke kosten mag je claimen wanneer je de bon of factuur als onderbouwing hebt met het vermelde btw bedrag. Bon kwijt, geen voorbelasting.

Vermijd het kwijtraken van bonnetjes door ze gelijk te scannen / fotograferen met je mobiele telefoon. Het boekhoudpakket Exact Online, waarmee Van Herwijnen Kreston werkt, heeft daar een geschikte app voor.

 

  • Oninbare vorderingen.

Over je verkoopfacturen draag je btw af in het tijdvak waarin de factuur is opgesteld. Echter wanneer je debiteur niet aan zijn verplichting kan voldoen mag je binnen een jaar de afgedragen btw terugvorderen in de btw aangifte. Na een jaar vervalt deze mogelijkheid. Een strikt debiteurenbeheer is een do.

Dont’s

  • Over de verkeerde periode aangifte doen.

De factuurdatum is bepalend voor de periode van aangifte, niet de datum van betaling.

Indien een factuur als factuurdatum 20 maart heeft en na de betalingstermijn van 14 dagen in april wordt betaald dient de factuur te worden meegenomen in de aangifte over het eerste kwartaal.

 

  • BTW in aftrek nemen van zakelijke diners in horecagelegenheden.

In het algemeen mag je de btw van je kosten als voorbelasting in aftrek nemen echter er zijn uitzonderingen. Een veel gemaakte fout is dat de btw op zakelijke diners in horecagelegenheden (speciaal ingerichte ruimte) als voorbelasting wordt genomen. Dit is niet toegestaan.

 

  • Voorbelasting claimen van foutieve inkoopfacturen.

Je mag alleen btw claimen van inkomende facturen die voldoen aan de factuurvereisten van de Belastingdienst. Vergeet niet de facturen te controleren op deze eisen. Op de site van de Belastingdiensten kun je deze factuurvereisten raadplegen.

Deze lijst is niet alomvattend. Uiteraard kunnen de adviseurs van Van Herwijnen Kreston jou als ondernemer ontzorgen en de btw aangifte inclusief financiële administratie verzorgen of je begeleiden bij het indienen van de btw aangifte. We helpen je graag verder!

Vragen
Wil je meer weten over de btw-aangifte of kunnen wij je helpen bij het indienen van de btw aangifte? Neem dan contact met ons op via 0344-621222.

Startdatum aanvragen

De aanvragen kunnen naar alle waarschijnlijkheid vanaf 6 juli 2020 tot en met 31 augustus 2020 worden ingediend.
De tegemoetkoming voor de loonkosten voor de tweede tranche heeft betrekking op de periode juni, juli en augustus 2020.

 

Dividend, bonussen en inkoop eigen aandelen

Een werkgever die gebruik maakt van de verlenging van de NOW en op grond hiervan een vastgestelde subsidie van € 125.000 of meer, of een voorschot van € 100.000 of meer ontvangt over 2020 geen dividenduitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021.

 

Voor concerns die hun omzetdaling op werkmaatschappijniveau willen berekenen, geldt al een dergelijke voorwaarde voor de NOW 1.0, overigens zonder dat daarbij een grens geldt voor de hoogte van het ontvangen voorschot of de subsidie.
Deze voorwaarde geldt ook bij de tweede tranche. Het groepshoofd dient voorafgaand aan de subsidieaanvraag schriftelijke te verklaren geen dividenduitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen over 2020 tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021.

 

Vaststelling subsidie

Vaststelling van de eerste subsidieperiode (maart, april en mei 2020) kan worden aangevraagd vanaf 7 oktober 2020.
Anders dan eerder aangekondigd kan iedere werkgever om vaststelling van de subsidie voor NOW 1.0 aanvragen vanaf 7 oktober 2020.

Deze aanpassing is een verruiming en geen verplichting: aanvragers kunnen alsnog, indien zij dit zelf willen, de vaststellingsaanvragen voor de eerste en tweede tranche gelijktijdig indienen na 15 november 2020.

 

Verplichtingen overleggen accountantsverklaring

  • Werkgevers hebben geen verplichting om een verklaring van een deskundige derde te overleggen wanneer het totale voorschot lager is dan € 20.000 en de definitieve subsidie lager is dan € 25.000.
  • Werkgevers hebben een verplichting om een verklaring van een deskundige derde te overleggen wanneer het totale voorschot hoger is dan € 20.000 en lager dan
    € 100.000 en de definitieve subsidie hoger is dan € 25.000 en lager dan € 125.000.
  • Werkgevers hebben een verplichting om een verklaring van een accountant te overleggen wanneer het totale voorschot hoger is dan
    € 100.000 en de definitieve subsidie hoger is dan € 125.000.

 

Uitkeringen via werkgever

Via de NOW 2.0 wordt ook de NOW 1.0 aangepast op dit punt. Uitkeringen die het UWV via de werkgever heeft uitbetaald, worden niet gefilterd uit de loonsom omdat dit uitvoeringstechnisch niet mogelijk blijkt. Het betreft voornamelijk betalingen in het kader van de no-riskpolis Ziektewet en de Wet arbeid en zorg.
Deze aanpassing van de NOW 1.0 geldt ook voor de NOW 2.0.

 

Vragen

Wil je meer weten over de NOW? Of kunnen wij je helpen bij de aanvraag? Neem dan contact op met Anja van Kessel via a.vankessel@vhkt.nl of 0344-621222.

 

Most of these will be similar to obligations in other countries, such as:
• The company will have to appoint a notary in order to transfer the real estate.
• The company will be registered as owner of the property at the Dutch Land Registry.
• Because the exploitation of the property is treated as an economic activity in the Netherlands, the company must be registered at the Dutch Chamber of Commerce and also with the Dutch tax authorities (Belastingdienst).

Here, I focus on Dutch corporate income tax legislation – specifically, the rules governing depreciation of real estate in the Netherlands.

Yearly valuation
In the Netherlands, all real estate is valuated each year by the Dutch local government in a process called the WOZ (Waardering Onroerende Zaken;  literally, ‘valuation of real estate’). This WOZ value is very important because it is the basis for several taxes, including:
• Real estate tax, sewerage charges and commuter tax (charged by the local government)
• Taxes charged by water boards for the maintenance of sea and river dykes.

In most cases, these taxes aren’t really a burden. However, the WOZ value also affects the corporate income tax that is charged, and that is where it hurts.

Limited depreciation of real estate
As of 2007, the WOZ value also determined the minimum value of the real estate on the company’s fiscal balance sheet. Until 2019, the depreciation of buildings used in a company’s own business was limited to 50% of the WOZ value. The depreciation of investment property was limited to 100% of the WOZ value. As from 2019, due to a change in Dutch corporate income tax, for all taxpayers who are liable for corporate income tax, the minimum value has been fixed at 100% of the WOZ value.

The consequences
Companies that invest in Dutch real estate and exploit this property were already faced with a limited depreciation in their fiscal profit-and-loss account.
Many companies that own buildings which they use in their own business are suddenly no longer allowed to deduct a depreciation in their fiscal profit-and-loss account, because the WOZ value has been reached.

Alternatives 
It is possible to mitigate the effects of the limited depreciation rules. For instance, maintenance costs still qualify for corporate income tax relief. Therefore, setting up a maintenance provision/maintenance scheme could be a useful instrument, if it is set up properly.

 

International Tax Newsletter June 2020
www.kreston.com

Stoppen met factureren
Vanwege de crisis is het denkbaar dat jouw afnemers vragen of de facturering van doorlopende prestaties (zoals huur en abonnementen) tijdelijk kan worden stopgezet. De belastingrechter heeft onlangs beslist dat deze werkwijze voor de btw niet goed gaat. Ondernemers zijn namelijk wettelijk verplicht om een factuur uit te reiken, binnen 15 dagen ná de maand waarin diensten zijn verricht of goederen zijn geleverd. Daarom oordeelde de belastingrechter dat de btw over de prestaties “gewoon” had moet worden afgedragen, ook al waren geen facturen uitgereikt. Omdat de btw niet was afgedragen werd deze nageheven.

 

Bedenk dat de belastingdienst daarbij meerdere fiscale boetes kan opleggen (het niet voldoen aan de factuurplicht, het indienen van een onjuiste btw-aangifte, het niet-betalen van btw).

 

Het belang van deze uitspraak in coronatijd

Bij doorlopende prestaties adviseren wij om wel te blijven factureren met btw, anders kun je jezelf in de problemen brengen. Eventueel kun je met jouw afnemer afspreken dat deze alleen het btw-deel van de factuur betaalt. Op die manier loop jij geen financieel nadeel.

 

Betalingsregeling afspreken
Wellicht vragen jouw afnemers of voor de facturen die jij hebt uitgereikt een betalingsregeling kan worden afgesproken. Hier kleven risico’s aan. Bij een betalingsregeling wordt namelijk afgeweken van de oorspronkelijke betalingscondities die op de factuur waren vermeld. Voor de btw is daarmee de handelsvordering feitelijk omgezet in een lening. De factuur waarvoor de betalingsregeling geldt, wordt dan voor de btw behandeld alsof deze is betaald (door middel van een lening).

 

De pijn ontstaat wanneer jouw afnemer het, ondanks de steun, de coronacrisis toch niet overleeft en jouw factuur oninbaar blijkt. Normaal gesproken kan btw op oninbare facturen bij de belastingdienst worden teruggevraagd. Maar deze teruggaafmogelijkheid geldt niet als de handelsvordering is omgezet in een lening.

 

Het belang in coronatijd

Betwijfel je of jouw afnemer de coronacrisis door komt, overweeg dan om op jouw factuur ruimere betalingscondities te vermelden. Dan blijft de vordering een normale handelsvordering.

Geheel afzien van een vergoeding
Ben je verhuurder van bedrijfspanden en maak je met je huurder afspraken waarbij (bijvoorbeeld) wordt afgezien van één of meerdere maanden huur, dan kan dat heel slecht voor je uitpakken. In dat geval verlies je als verhuurder namelijk zelf het recht op aftrek van btw (bijvoorbeeld de btw op onderhoudskosten). Ook de btw die je eerder hebt afgetrokken (bijvoorbeeld bij de bouw of aankoop van het pand) moet dan voor een deel worden terugbetaald.

 

 

Het belang in coronatijd

Als je jouw huurders wilt steunen, dan adviseren wij ofwel om een (tijdelijk) lagere huur af te spreken, ofwel om een langere betalingstermijn overeen te komen (in lijn met de steunakkoorden tussen de vastgoed- en de retailsector). Het afzien van volledige huurtermijnen is risicovol.

 

Kortingen

We zien ook dat ondernemers kortingen geven om daarmee hun afnemers te helpen. Kortingen geven kan op twee manieren:

 

Vooraf

De korting wordt vermeld op de factuur. In dat geval hoef je alleen btw te berekenen (en af te dragen) over de prijs na aftrek van de korting.

 

Achteraf

Bij deze manier wordt de korting verleend door een creditfactuur naar je afnemer te sturen, in aanvulling op de oorspronkelijke factuur.

 

De meeste ondernemers gaan ervan uit dat ze voor de btw-aangifte de oorspronkelijke factuur en de creditfactuur met elkaar mogen verrekenen. Maar let op: als de afnemer een zakelijke klant is, dan dien je (strikt genomen) zekerheid te hebben dat jouw afnemer de facturen ook heeft verrekend (en niet de btw op de oorspronkelijke factuur geheel in aftrek heeft gebracht en de creditfactuur voor zijn btw-aangifte is “vergeten”).

 

De methode “vooraf” heeft onze voorkeur.

 

Samenvattend
Onze overheid heeft een ruim scala aan steunmaatregelen afgekondigd, ook op fiscaal gebied, maar er zijn genoeg regelingen waarvoor (vooralsnog) geen tegemoetkomingen gelden, o.a. wat de btw betreft. Zorg ervoor dat je met het helpen van jouw afnemers niet jezelf in (fiscale) problemen brengt. Daarentegen kunnen sommige genoemde risico’s in jouw specifieke situatie misschien aanvaardbaar zijn.

 

Het blijft maatwerk.

 

Uiteraard kun je ons bereiken mocht je toelichting wensen.

Duur van de verlenging
Het kabinet heeft besloten het noodpakket niet met drie maar met vier maanden te verlengen, waardoor de tegemoetkoming voor de loonkosten voor de tweede tranche betrekking heeft op de periode juni, juli, augustus en september 2020.

 

Meetperiode
Als werkgever kun je voor de tweede tranche kiezen voor welke aaneengesloten periode van vier kalendermaanden je voor de bepaling van de omzetdaling wilt toepassen. De meetperiode is alleen van belang voor de berekening van de omzetdaling. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet van januari tot en met december 2019 gedeeld door drie.

 

De meetperiode kan ingaan op:

 

  • 1 juni tot en met 30 september 2020 of
  • 1 juli tot en met 31 oktober 2020 of
  • 1 augustus tot en met 30 november 2020

 

Heb je reeds een aanvraag gedaan voor de NOW, dan moet de meetperiode aansluiten op het eerste tijdvak. Je hebt in dit geval geen keuzemogelijkheid.

 

Voorschot
Voor de berekening van het voorschot wordt bij de verlenging uitgegaan van de loonsom over maart 2020. Het voorschot bedraagt net als bij de eerste tranche 80%. Het UWV keert het voorschot uit in twee betalingen.

 

Vaststelling subsidie
Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke omzetverlies is geweest en of sprake is van een daling van de loonsom over de maanden juni, juli, augustus en september 2020.

 

Voor zowel de eerste als de tweede tranche van de NOW geldt dat subsidies die ondernemers in het kader van de coronacrisis ontvangen als omzet meetellen. De NOW subsidie wordt niet als omzet meegerekend bij de vaststelling van de hoogte van de NOW subsidie.

 

In de nieuwe regeling die ziet op de verlenging zal expliciet opgenomen worden dat de NOW subsidie niet als omzet wordt meegerekend bij het vaststellen van de omzetdaling.

Ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische omstandigheden
Een van de voorwaarde is dat een werkgever zich committeert bij de aanvraag van de subsidie om géén ontslag op grond van bedrijfseconomische omstandigheden aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt.

 

Bij de eerste tranche geldt een boete bij ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische omstandigheden (via het UWV) in de periode 18 maart tot en met 31 mei 2020. De loonsom voor de subsidie wordt verlaagd met het loon van deze werknemers x 150% (een boete van 50%).

Bij de tweede tranche van de NOW regeling geldt dat bij de afrekening 100% wordt gecorrigeerd van de hoogte van de loonsom van de werknemers waarvoor ontslag is aangevraagd. Het gaat hierbij om ontslagaanvragen die in de periode 1 juni tot en met 30 september 2020 worden ingediend.

 

Als een werkgever die gebruik maakt van de tweede tranche van de NOW in het subsidietijdvak bedrijfseconomisch ontslag aanvraagt voor één of meerdere werknemers, wordt de subsidie bij de vaststelling voor 100% gecorrigeerd met de hoogte van de loonsom van de werknemers waarvoor ontslag is aangevraagd.

 

Het totale subsidiebedrag, wordt vervolgens verminderd met 5% als de werkgever een melding als bedoeld in de WMCO doet en gedurende het subsidietijdvak voor 20 of meer werknemers per werkgebied van de WMCO ontslag om bedrijfseconomische redenen aanvraagt.

 

De werkgever kan de vermindering met 5% voorkomen door met belanghebbende vakbonden (of bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers) een akkoord te bereiken over de ontslagen waar de WMCO melding op ziet. Dit is een akkoord, zoals bedoeld in artikel 2 van de ontslagregeling. Dat betekent dat er overeenstemming moet zijn over de noodzaak van het door de werkgever voorgestelde aantal te vervallen arbeidsplaatsen.

 

De subsidie wordt tevens niet met 5% verminderd, als deze partijen, nadat het niet gelukt is om een akkoord te bereiken, gezamenlijk mediation aanvragen bij een door de Stichting van de Arbeid in te richten commissie.

 

Vragen
Wil je meer weten over de wijzigingen in de tweede tranche van de NOW? Of kunnen wij je helpen bij de aanvraag? Neem dan contact met Anja van Kessel via a.vankessel@vhkt.nl of 0344-621222.

Als je gebruik heb gemaakt van Tozo 1 kun je, als je ook aan de aanvullende voorwaarden van de vervolgregeling voldoet, jouw Tozo-uitkering verlengen. Ook zelfstandigen die nog geen gebruik hebben gemaakt van Tozo 1 kunnen ondersteuning aanvragen als zij aan de voorwaarden voldoen.

 

Aanvraag
Tozo 2 kun je vanaf 1 juni tot met 30 september aanvragen bij jouw woongemeente. De aanvraagprocedure is per gemeente verschillend. Indien je reeds Tozo 1 heb aangevraagd, ontvang je niet automatisch Tozo 2. Hiertoe dient verlenging te worden aangevraagd. Hiertoe hebben gemeenten veelal een verkort aanvraagformulier.

 

Duur van de verlenging
De Tozo 2 kan worden toegekend over de maanden juni, juli, augustus en september. Heb je bijvoorbeeld een Tozo 1-uitkering over de maanden april, mei en juni? Dan kun je een Tozo 2-uitkering aanvragen voor juli, augustus en september. Heb je een Tozo 1-uitkering over de maanden juni, juli en augustus, dan heb je alleen recht op een Tozo 2-uitkering over de maand september.

Welke voorwaarden gelden voor Tozo 2
Net als Tozo 1 kent Tozo 2 versoepelde voorwaarden ten opzichte van de reguliere bijstandsverlening voor zelfstandigen, waarop de regeling gebaseerd is:

  • Er geldt geen vermogenstoets;
  • Er wordt niet gekeken naar de levensvatbaarheid van de onderneming;
  • De kostendelersnorm wordt niet toegepast.

 

Bij Tozo 2 geldt, in tegenstelling tot Tozo 1, wel een partnerinkomenstoets. De partnerinkomenstoets houdt in dat het inkomen van jouw partner meetelt voor het bepalen van de hoogte van de aanvullende uitkering. Bij de aanvraag verklaar je wat de hoogte van het inkomen van jezelf en jouw eventuele partner is in de maanden waarvoor je de uitkering aanvraag. Als het huishoudinkomen boven het sociaal minimum komt, kun je geen aanspraak maken op Tozo 2 uitkering levensonderhoud.

 

Vragen
Heb je vragen of hulp nodig bij de aanvraag van deze regeling? Neem dan contact met Hermien van Laviere via h.vanlaviere@vhkt.nl of 0344-621222.

Duur van de verlenging
In het noodplan 2.0 was aangegeven dat de TVL betrekking heeft op de periode van 1 juni tot en met 31 augustus 2020. De regeling is verlengd met één maand tot en met 30 september 2020.

 

Maximum bedrag
Het maximum bedrag van de regeling per ondernemer is verhoogd van € 20.000 naar
€ 50.000.

 

Vragen
Heb je vragen of hulp nodig bij de aanvraag van deze regeling? Neem dan contact met Hermien van Laviere via h.vanlaviere@vhkt.nl of 0344-621222.

Startdatum aanvragen
De aanvragen kunnen naar alle waarschijnlijkheid worden ingediend vanaf 6 juli 2020 tot en met 31 augustus 2020.
De tegemoetkoming voor de loonkosten voor de tweede tranche heeft betrekking op de periode juni, juli en augustus 2020.

 

Meetperiode
Als werkgever kun je kiezen voor welke aaneengesloten periode van drie kalendermaanden je voor de bepaling van de omzetdaling wilt toepassen. De meetperiode is alleen van belang voor de berekening van de omzetdaling. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet van januari tot en met december 2019 gedeeld door vier.

De meetperiode kan ingaan op:

  • 1 juni tot en met 31 augustus 2020 of
  • 1 juli tot en met 30 september 2020 of
  • 1 augustus tot en met 31 oktober 2020

 

Heb je reeds een aanvraag gedaan voor de NOW, dan moet de meetperiode aansluiten op het eerste tijdvak. Je hebt in dit geval geen keuzemogelijkheid.

 

Voorschot
Voor de berekening van het voorschot wordt bij de verlenging uitgegaan van de loonsom over maart 2020. Het voorschot bedraagt net als bij de eerste tranche 80%.

De loonsom bestaat uit het loon waarover de premies werknemersverzekeringen worden afgedragen, het SV-loon. Voor de berekening van de subsidie telt maximaal € 9.538 per maand van het loon per werknemer mee.

In de eerste tranche geldt een opslag van 30%. Voor de tweede tranche is deze verhoogd naar 40%.

Kortom loonsom maart 2020 x te verwachte percentage omzetdaling x 140% x 90% x 80% is het voorschotbedrag.

 

Vaststelling subsidie
Vaststelling van de eerste subsidieperiode (maart, april, mei 2020) kan worden aangevraagd vanaf 7 oktober. Dit kan niet eerder dan na afloop van de gekozen meetperiode van de tweede tranche worden aangevraagd. Een datum daarvoor wordt later bekend gemaakt.

Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke omzetverlies is geweest en of sprake is van een daling van de loonsom over de maanden juni, juli en augustus 2020. Voor zowel de eerste als de tweede tranche van de NOW geldt dat subsidies die ondernemers in het kader van de coronacrisis ontvangen als omzet meetellen. Dit geldt ook voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten.
Bij de vaststelling van de definitieve tegemoetkoming kan een nabetaling of terugvordering aan de orde zijn.

 

Voorwaarden

Als werkgever heb je een aantal verplichtingen. Hieronder lees je een aantal voorwaarden:

  • Een werkgever kan gebruik maken van deze regeling als er tenminste 20% omzetverlies wordt verwacht.
  • Daarbij committeren werkgevers zich om de lonen van betrokken werknemers 100% door te betalen.
  • Inspanningsverplichting voor werkgevers om hun werknemers te stimuleren een ontwikkeladvies aan te vragen of scholing te volgen voor behoud van werk. Werkgevers leggen hier bij de aanvraag van de NOW een verklaring over af.
  • Geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen in te kopen over 2020.
    Dit moet bij aanvang verklaard worden.

 

Bij de eerste tranche geldt een boete bij ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische omstandigheden (via het UWV) in de periode 18 maart tot en met 31 mei 2020. De subsidie wordt verlaagd met het loon van deze werknemers x 150% (een boete van 50%). Bij de tweede tranche van de NOW regeling geldt dat bij de afrekening 100% wordt gecorrigeerd van de hoogte van de loonsom van de werknemers waarvoor ontslag is aangevraagd. Het gaat hierbij om ontslagaanvragen die in de periode 1 juni tot en met 31 augustus 2020 worden ingediend.

De huidige ontslagbescherming blijft uiteraard bestaan. Regelgeving rondom ontslagbescherming bij bedrijfseconomisch ontslag, zoals bijvoorbeeld de regels omtrent de transitievergoeding blijven intact.

Ook blijven de verplichtingen uit de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) onverlet van kracht. Dit geldt voor ontslagaanvragen voor 20 of meer personen in één regio. Onder de WMCO moeten ontslagaanvragen voor 20 of meer personen altijd gemeld worden aan de vakbonden, naar aanleiding waarvan overleg kan worden opgestart.

Om in aanmerking voor de tweede tranche van de NOW te komen, zullen bedrijven op het aanvraagformulier voor de NOW dan ook moeten verklaren, ingeval de WMCO van toepassing is, dat zij gedurende een periode van 4 weken zullen overleggen met de vakbonden over de voorgenomen ontslagen en de aanvraag voor ontslag niet eerder in te dienen dan 4 weken nadat de WMCO-melding aan de vakbeweging is gedaan.

Dividend- en bonusuitkeringen en inkoop eigen aandelen
Een bedrijf of groep mag bij een beroep op de NOW geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen in te kopen over 2020. Dit moet bij aanvang verklaard worden.

Als voorwaarde is opgenomen om dergelijke handelingen niet te verrichten over 2020, tot en met de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Dit geldt ook voor andere ondernemingen en instellingen die niet via een aandeelhoudersvergadering werken, zoals coöperaties. Voor hen geldt dit tot en met de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. De voorwaarde ziet niet op dividend, bonussen en aandelen over 2019, aangezien de beslissingen daarover al genomen waren maar pas in 2020 tot uitbetaling zijn overgegaan.

Bij bonussen zal dit beperkt worden tot de bonussen die worden uitgekeerd aan het bestuur en de directie. Het strekt zich niet uit tot het overige personeel dat in het bedrijf werkzaam is en dat mogelijk variabel beloond wordt via bonussen. Dit betekent voor DGA’s/bestuurders en andere directieleden dat zij mogelijk slechts hun basisvergoeding ontvangen of hun gebruikelijk-loonregeling, vanwege het verbod om bonussen uit te keren.
Onder bonussen worden zowel winstdelingen als andere bonusbetalingen verstaan.

Om ervoor te zorgen deze verplichting proportioneel en controleerbaar is, zal geregeld worden dat de verplichting alleen geldt voor bedrijven die een subsidiebedrag ontvangen waarvoor een accountantsverklaring vereist is. Een accountantsverklaring dient te worden verstrekt bij bedrijven (concern) waar sprake is van subsidiebedrag boven de €125.000 of een voorschot boven de €100.000.

 

Scholing
Een aanvullende voorwaarde die in de tweede subsidieperiode wordt opgenomen is een inspanningsverplichting voor werkgevers om hun werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen.

De NOW kent al de verplichting voor de werkgever om de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan de werknemers te informeren over de verleende subsidie.
Deze verplichting blijft bestaan.

NL leert door is ter ondersteuning van het crisispakket. Doel is mensen te ondersteunen die hun werk als gevolg van de crisis dreigen te verliezen of al verloren hebben en de transitie naar ander kansrijk werk zullen moeten maken. Via NL leert door kunnen mensen naar verwachting vanaf juli tot einde 2020 kosteloos online scholing en ontwikkeladviezen volgen. Dat betreft naast werknemers in getroffen sectoren ook flexwerkers en zzp’ers die geen opdrachten meer krijgen. Het pakket bestaat uit ontwikkeladviezen en online scholing, met een focus op arbeidsmarktrelevante loopbaanstappen.

 

Seizoenswerk
Om seizoensbedrijven en hun werknemers verder tegemoet te komen, is besloten om een aanpassing te maken in het eerste subsidietijdvak van de NOW. De aanpassing is een extra compensatie voor werkgevers die vanwege een seizoenspatroon of andere redenen een te lage, niet-representatieve loonsom in januari 2020 hadden ten opzichte van de subsidieperiode maart tot en met mei 2020. De aanpassing wordt automatisch bij de subsidievaststelling toegepast bij aanvragers voor wie dit voordelig uitpakt. De aanpassing werkt als volgt: indien de loonsom van maart tot en met mei 2020 hoger is dan de loonsom van driemaal januari 2020 wordt de loonsom van maart tot en met mei 2020 als uitgangspunt genomen voor de berekening van de subsidiehoogte bij vaststelling. De loonsommen van april en mei worden vervolgens gemaximeerd op de loonsom van maart 2020 (peildatum 15 mei 2020). Hiermee gaat het totale subsidiebedrag voor de werkgever omhoog.
De aanvullende tegemoetkoming zal na afloop van de subsidieperiode, maar niet eerder dan september 2020, tot een uitbetaling leiden.

 

Vragen
Wil je meer weten over de tweede tranche van de NOW? Of kunnen wij je helpen bij de aanvraag? Neem dan contact met Anja van Kessel via a.vankessel@vhkt.nl of 0344-621222.

Coronavirus