1. Een verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling

Ondernemers die via hun BV arbeid verrichten (ab-houders) moeten (ten minste) belasting betalen over een wettelijk vastgelegde passende arbeidsbeloning, het zogenoemde gebruikelijk loon. Ook als de onderneming minder of geen omzet behaalt, moet de ab-houder daarover belasting betalen. Het kabinet is van mening dat deze regeling knelt, gelet op het grote verlies aan omzet in sommige sectoren vanwege de coronacrisis. Voor 2020 zal worden toegestaan dat ab-houders die te maken krijgen met een omzetdaling van een lager gebruikelijk loon mogen uitgaan, evenredig met de omzetdaling. Daarbij wordt dan dit deel van het jaar in 2020 vergeleken met dezelfde periode in 2019.

 

 

  1. Maatregel voor zzp’ers: versoepeling urencriterium

Ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op verschillende ondernemersfaciliteiten. Op sommige van deze ondernemersfaciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve kan uitsluitend aanspraak worden gemaakt als aan het zogenaamde urencriterium wordt voldaan. Aan dit urencriterium wordt voldaan wanneer de ondernemer ten minste 1.225 uren per kalenderjaar besteedt aan werkzaamheden ten behoeve van zijn onderneming. Het kabinet verwacht dat sommige ondernemers in 2020 deze urennorm niet gaan halen, met als gevolg dat zij het recht op bepaalde ondernemersfaciliteiten verliezen.

Het kabinet vindt het onrechtvaardig en onwenselijk dat ondernemers als gevolg van de coronacrisis bepaalde ondernemersfaciliteiten dreigen te verliezen. Daarom worden ondernemers geacht in de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed, ook als ze die gelet op de coronacrisis deze uren niet daadwerkelijk hebben besteed. Er is voor dit urenaantal is gekozen, omdat dit het wekelijkse gemiddelde is van 1.225 uur op kalenderjaarbasis, met een afronding in het voordeel van de belastingplichtige.

In lijn met deze systematiek wordt het verlaagde urencriterium van 800 uren per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid versoepeld, waardoor de betreffende ondernemers geacht worden ten minste 16 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed.

Met de versoepeling van het urencriterium zullen de ondernemers die normaliter voldoen aan het urencriterium, ook ondanks de coronacrisis aan het urencriterium kunnen voldoen.

Voor seizoengebonden ondernemers is dit niet het geval als de piek van hun werkzaamheden in deze periode valt. Voor deze groep seizoengebonden ondernemers zal een aanvullende regeling worden getroffen. Zij worden geacht het aantal uren te hebben besteed in deze periode zoals zij dat ook in andere jaren plegen te doen. De ondernemer kan dan met behulp van de administratie van vorig jaar inschatten hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 mei 2019 en zo ook beoordelen of hij in 2020 aan het urencriterium voldoet. Zo zal ook voor seizoengebonden ondernemers een versoepeling van het urencriterium in 2020 gaan gelden.

 

 

  1. Werkkostenregeling

Via de vrije ruimte van de werkkostenregeling kunnen werkgevers vergoedingen en verstrekkingen aan hun werknemers geven zonder dat deze belast worden. Werkgevers kunnen zelf bepalen waaraan en óf zij de vrije ruimte willen besteden, voor zover dit gebruikelijk is.

Per 1 januari 2020 is de vrije ruimte 1,7% voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever. Voor het bedrag boven € 400.000 geldt een percentage van 1,2%.

Voor het jaar 2020 wordt de vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever verhoogd naar 3%. Dit is dus een eenmalige en tijdelijke regeling. Het kabinet biedt hiermee ruimte aan werkgevers, die daar de ruimte voor hebben, om hun werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon.

 

 

  1. Fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting

Op basis van de huidige wetgeving mogen bedrijven die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting een verlies verrekenen met de winst van het voorafgaande jaar (carry back). Hierdoor kan een verlies dat in het jaar 2020 wordt geleden verrekend worden met winst die in het jaar 2019 behaald is. Het gevolg van deze verliesverrekening is dat bedrijven een deel van de vennootschapsbelasting die zij over het jaar 2019 reeds betaald hebben of nog moeten betalen, op een later moment pas terugkrijgen. Verliesverrekening kan dus zorgen voor een verbetering van de liquiditeitspositie van bedrijven. Echter, een dergelijke verrekening kan pas plaatsvinden bij het doen van de aangifte vennootschapsbelasting 2020. Dat kan niet eerder dan begin 2021. Bovendien is vereist dat een definitieve aanslag vennootschapsbelasting is opgelegd over 2019, die meestal nog niet zal zijn opgelegd.

Het kabinet wil dat bedrijven die in 2020 een verlies verwachten eerder over deze liquiditeiten kunnen beschikken. Daarom wordt het mogelijk gemaakt om het verwachte verlies voor het jaar 2020 dat verband houdt met de coronacrisis als fiscale coronareserve ten laste van de winst van het jaar 2019 te brengen. De fiscale coronareserve bedraagt maximaal de fiscale winst over 2019 zonder rekening te houden met deze reserve. Daarnaast mag de fiscale coronareserve niet hoger zijn dan het te verwachten verlies in 2020 als gevolg van de coronacrisis. Door de mogelijkheid van het vormen van een fiscale coronareserve kan een teruggave van de eerder over 2019 betaalde en te betalen vennootschapsbelasting door middel van een nadere voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2019 worden gevraagd.

Het voordeel van de fiscale coronareserve is dat bedrijven niet hoeven te wachten totdat de aangifte vennootschapsbelasting kan worden gedaan over 2020 en tevens een definitieve aanslag vennootschapsbelasting is opgelegd over 2019 om via verliesverrekening het liquiditeitsvoordeel te halen. Er volgt nog een wetswijziging, maar vooruitlopend hierop zal een beleidsbesluit worden gepubliceerd welke voorwaarden gelden om aanspraak te kunnen maken op de fiscale coronareserve.

 

 

  1. Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

Het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’, dat als doel heeft om fiscaal gedreven belastinguitstel door directeur-grootaandeelhouders (dga’s ) te ontmoedigen, wordt een jaar uitgesteld tot 1 januari 2023. Dga’s hebben zo meer tijd, tot eind 2023 (eerste peildatum), om zich voor te bereiden en schulden aan de eigen vennootschap die hoger zijn dan € 500.000 (exclusief eigenwoningschulden) af te lossen.

 

 

  1. Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Kredietverstrekkers zoals banken willen klanten de mogelijkheid bieden een betaalpauze van rente en aflossing aan te gaan voor maximaal zes maanden, als zij tijdens de coronacrisis tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Voor hypotheken waarvoor een fiscale aflossingsverplichting geldt, moet dit volgens de huidige fiscale regels bij een pauze in 2020, uiterlijk in 2021 worden terugbetaald.

Een nieuw beleidsbesluit zal twee zaken regelen:

  1. De aflossingsachterstand hoeft niet uiterlijk 31 december 2021 te worden betaald, maar deze kan (direct) worden uitgesmeerd over de resterende looptijd (van maximaal 360 maanden);
  2. Een klant kan in plaats hiervan kiezen om zijn resterende lening te splitsen. Hierdoor hoeft de maximaal zes maanden achterstand niet per definitie te worden uitgesmeerd over de resterende looptijd, maar kan dit ook apart binnen bijvoorbeeld vijf jaar worden afbetaald.

 

Vragen?

Heb je vragen over dit onderwerp of wil je weten welke voordelen deze nieuwe regelingen jou kunnen bieden, neem dan contact op met Kim van Kessel via k.vankessel@vhkt.nl of 0344-621222.