De BOR stelt schenkingen en erfenissen van ondernemingsvermogen tot ongeveer
€ 1.100.000 (voorwaardelijk) vrij van belastingheffing. Boven de € 1,1 miljoen is 83% van het ondernemingsvermogen vrijgesteld. De regeling is bedoeld om met name bedrijven niet in gevaar te brengen bij de overdracht naar een volgende generatie.

Aan het toekennen van de vrijstelling zijn verschillende voorwaarden verbonden.
Om deze faciliteit te kunnen toepassen, moet de overdrager van het ondernemingsvermogen (de schenker) onder meer aan de bezitseis voldoen. Dit houdt in dat de onderneming of het ondernemingsvermogen vooraf aan de schenking minimaal 5 jaar in het bezit van de schenker moet zijn geweest. Onlangs heeft de Hoge Raad over de uitleg van de bezitseis een tweetal voor de praktijk belangrijke uitspraken gedaan.

 

De casus

Een zoon (X) kreeg van zijn vader in 2014 certificaten van aandelen in een bv geschonken. Een jaar voor deze schenking, kocht een bv die ook behoorde tot het concern, alle bezittingen en schulden van een derde. In de tijd van deze aankoop vormden de bezittingen en schulden een zelfstandig bedrijf.

In geschil met de belastingdienst was of de BOR ook kon worden toegepast op dit indirecte aanmerkelijk belang. Volgens Rechtbank Noord Holland vormde deze bv destijds een zelfstandige onderneming en op grond hiervan werd volgens deze rechtbank niet aan de bezitseis voldaan. De zoon is het niet eens met de uitleg van deze rechtbank en legt de casus aan de Hoge Raad voor.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad schiet de zoon te hulp en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
De Hoge Raad oordeelt dat de BOR ook kan worden toegepast op de overgenomen bezittingen en schulden die onderdeel zijn gaan uitmaken van het ondernemingsvermogen die zijn verkregen in de vijf jaar voorafgaande aan de verkrijging door de zoon. Deze procedure liep dus voor de zoon goed af. Hij kon gebruik maken van de BOR.

 

Belangrijk voor de praktijk van de bedrijfsopvolging

In de voorgaande casus kon volgens de Hoge Raad gebruik worden gemaakt van de BOR. De bedrijfsopvolgingsregeling kon volgens de Hoge Raad over het hele ondernemingsvermogen (inclusief bezittingen en schulden die één jaar voor de schenking waren aangekocht) worden toegepast.

Helaas heeft de Hoge Raad in een vergelijkbare situatie onlangs wel anders geoordeeld. In deze casus was geen sprake van een aankoop van bezittingen en schulden tijdens de periode van de bezitseis, maar van de aankoop van twee dochtervennootschappen. Beide bv’s dreven op het moment van de aankoop een zelfstandige onderneming. Alleen in deze casus oordeelde de Hoge Raad echter anders. De Hoge Raad besloot in het nadeel van belastingplichtige. De BOR kon op deze aangekochte bv’s niet worden toegepast.

 

Meer weten?

Wilt u meer weten over de bedrijfsopvolgingsregeling? Neem dan contact op met Steven de Gram, via telefoonnummer: 0344-621 222, of stuur Steven een e-mail: s.degram@vhkt.nl