Waarom is de regeling Werktijdverkorting gestopt als maatregel?

  • De uitbraak van het coronavirus heeft de afgelopen weken geleid tot een ongekend groot beroep op de regeling Werktijdverkorting voor werkgevers.
  • Deze regeling is niet toegesneden op de ingrijpende gevolgen van de corona-uitbraak voor Nederlandse bedrijven en organisaties. Daarom is de wtv ingetrokken.
  • Het kabinet wil graag meer werkgevers financieel tegemoetkomen en wil dit sneller doen dan binnen de ingetrokken wtv-regeling. Het kabinet doet dit via de nieuwe tegemoetkomingsregeling.

 

Vanaf heden kan er geen werktijdverkorting meer worden aangevraagd. De aanvraag voor de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) kan nog niet worden ingediend.
De datum wordt nog bekend gemaakt. De aanvraag dient te worden ingediend bij het UWV. De tegemoetkoming is niet afhankelijk van de datum van aanvraag, maar gaat om het omzetverlies vanaf 1 maart 2020.

 

Aanvragen die reeds zijn ingediend voor de werktijdverkorting wordt beschouwd als een aanvraag voor de nieuwe tegemoetkomingsregeling. Wel zal er aanvullende informatie bij je worden opgevraagd.

 

Als je als werkgever reeds een vergunning hebt dan blijft deze vergunning van kracht. Als je gebruik maakt van de vergunning voor werktijdverkorting en na afloop daarvan verlenging wilt, moet je gebruik maken van de nieuwe regeling.

 

De tegemoetkomingsregeling is ook van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor je als werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals werknemers met een oproepcontract.

 

Wat houdt de nieuwe regeling voor tegemoetkoming van de loonkosten in?

  • Er komt een nieuwe regeling, los van de ontheffing op werktijdverkorting en de Werkloosheidswet (WW).
  • Werkgevers kunnen een aanvraag indienen voor een substantiële tegemoetkoming in de loonkosten en hiervoor van UWV een voorschot ontvangen.
  • Hiermee kunnen zij werknemers met een vast en met een flexibel contract gewoon doorbetalen.
  • De tegemoetkoming kan in ieder geval voor 3 maanden aangevraagd worden, met de mogelijkheid tot verlenging (eventueel onder andere voorwaarden) met nog eens 3 maanden.

 

Welke voorwaarden gelden om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de loonkosten?

  • Bij de aanvraag committeert de werkgever zich vooraf aan de verplichting géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt.
  • De aanvrager verwacht tenminste 20% omzetverlies.
  • De aanvraag geldt voor een periode van 3 maanden, die eenmalig verlengd kan worden met nog eens 3 maanden (aan de verlenging kunnen nadere voorwaarden worden gesteld).
  • De regeling ziet op omzetdalingen vanaf 1 maart 2020.

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in omzet, maximaal 90% van de loonsom.

 

Hieronder enkele voorbeelden van hoe de relatie tussen omzetdaling en hoogte van de tegemoetkoming uitwerkt:

  • als 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom van een werkgever;
  • als 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom van een werkgever;
  • als 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom van de werkgever.

Op basis van jouw aanvraag zal UWV een voorschot verstrekken ter hoogte van 80% van de verwachte tegemoetkoming.

 

Achteraf wordt vastgesteld wat de werkelijke daling in de omzet is geweest. Voor aanvragen boven een nader te bepalen omvang van de tegemoetkoming is een accountantsverklaring vereist. Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt nog een correctie plaats als er sprake is geweest van een daling van de loonsom. Op basis van de te verstrekken gegevens kan derhalve achteraf worden vastgesteld of het voorschot te ruim of te beperkt is geweest en kan de definitieve tegemoetkoming worden vastgesteld. Daarbij zal nabetaling of terugvordering aan de orde kunnen zijn.

 

Verschil werktijdverkorting (WTV) ten opzichte van Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)


WW-premiedifferentiatie

Sinds 1 januari betalen werkgevers, als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), een lage WW-premie voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten (oproepkrachten en werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. In die regeling is ook opgenomen dat werkgevers met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt. Deze bepaling kan nu tot onbedoelde effecten leiden in sectoren waar door het coronavirus veel extra overwerk nodig is (bijvoorbeeld de zorg).

 

De minister van SZW heeft aan de Tweede Kamer gemeld dat werkgevers tot 1 april 2020 de tijd kregen om een vaste arbeidsovereenkomst op schrift te stellen, om te voldoen aan de voorwaarden voor de lage WW-premie. Omdat het de komende weken niet voor alle werkgevers praktisch mogelijk zal zijn om aan die voorwaarde te voldoen, wordt deze periode verlengd tot 1 juli. Het coulanceregime is geldig voor werknemers die uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst waren, zal dus gelden tot en met 30 juni 2020.